Kwaliteiten

We have a saying “pratice makes perfect”. But it’s not true. Pratice doesn’t make perfect, it makes permanent. Tim Henman’s commentaar bij Wimbledon 2013. (We hebben een gezegde: Oefening maakt perfect (baart kunst). Maar het is niet waar, oefening maakt niet perfect, het maakt permanent.)

Scholen doden creativiteit
Onze eigen kwaliteiten zien en erkennen is niet eenvoudig. Want al heel vroeg moet je in de mal van ons schoolsysteem. En dat systeem legt de nadruk op de intellectuele prestaties. Voor andere kwaliteiten en vaardigheden is al heel vroeg geen plaats meer. Als je geluk hebt, kun je daarnaast leren zingen, dansen, sporten of muziek spelen. Maar bij de meeste scholen zijn veel van die activiteiten wegbezuinigd. Ik zag een TED talk van sir Ken Robinson, waarin hij stelt dat scholen de creativiteit doden. Hij stelt dat alle kinderen geweldige creatieve capaciteiten hebben, maar dat het ze wordt afgeleerd.

Gillian Lynne
Hij noemt als voorbeeld Gillian Lynne, die als klein meisje door de juf met een leerstoornis wordt bestempeld (in 1930) en daarom haar moeder mee wordt genomen naar een specialist. De specialist praat met haar en haar moeder en zegt daarna dat hij haar moeder even alleen wil spreken. Voordat hij weggaat doet hij de radio voor haar aan. Met haar moeder kijkt hij vanuit een aangrenzende ruimte toe en ziet haar vanzelfsprekend bewegen. Daarop zegt hij tegen de moeder: “zij is niet ziek, zij is een danseres”. Met haar komt het wel goed, ze wordt danseres, bekende choreografe en theater directeur. Maar hoeveel kinderen hebben dat geluk niet en worden wel als patiënt behandeld.

Ruimte voor al je talenten
Sir Ken Robinson stelt dat het voor onze toekomst het noodzakelijk is dat we ruimte maken voor de diverse talenten en mogelijkheden van kinderen en ze niet alleen opleiden tot academici. Geluksonderzoeker Robert Holden PHD stelt dat veel mensen een beroep hebben gekozen dat niet echt bij hun past. Hij stelt bijv. de vraag, wat krijgt de meeste aandacht als uw kind met een 9 voor Engels, een 7 voor Frans en een 4 voor wiskunde thuiskomt. Bijna iedereen antwoordt dan de 4 voor wiskunde. En dat blijkt ook in de praktijk. Vaak wordt bijles geregeld om de 4 voor wiskunde op te halen. Maar iets wat niet zo bij je past, kun je hooguit tot matig ophalen. Daarin zul je nooit uitblinken. Eigenlijk zou alle aandacht uit moeten gaan naar de 9 voor Engels. Want dat is iets wat het kind ligt. Daarin kan hij of zij veel bereiken. Hetzelfde principe kun je trouwens ook loslaten op functioneringsgesprekken. De eerste 5 minuten gaan over wat er goed gaat en de rest van het uur over wat beter moet. Dus de nadruk ligt meestal op wat niet goed gaat en dat we daaraan moeten werken. Terwijl wat van nature bij ons past vanzelfsprekend of gewoon wordt gevonden. We hebben afgeleerd om fouten te maken en voor onszelf te ontdekken wat bij ons past. Om dat weer een beetje terug te vinden, moeten we aandacht gaan besteden aan onze zintuigen. Wat doet het met je om bepaalde muziek te horen, een schilderij te zien of in de natuur te zijn. Schep ruimte voor je voorkeuren, ze komen weer terug, hoe lang je ze ook bent vergeten.

Author: tineke visscher

Geef een reactie