Gedachten niet geloven

De oplossing van het probleem ligt besloten in het probleem zelf; zonder inzicht is het een probleem, met inzicht de oplossing. – Sogyal Rinpoche

Gedachten niet geloven
Van Byron Katie is het volgende verhaal bekend. Ze was jarenlang depressief. Zo depressief dat ze haar bed niet uitkwam. Ze is ook opgenomen geweest. Maar op een dag werd ze wakker op de vloer (in een bed slapen vond ze dat ze niet verdiende) en ineens waren al haar problemen weg. Niets meer over van de depressie of kwellende gedachten. En toen drong het tot haar door dat met haar gedachten ook de problemen gewoon verdwenen waren. Het heeft er toe geleid dat ze zich diezelfde dag nog heeft uitgecheckt uit de instelling waar ze toen verbleef en over haar ontdekking een boek heeft geschreven, Vier vragen, die je leven veranderen, ook wel bekend onder The Work. Dat boek komt nog wel, want de vier vragen zijn inderdaad een goede manier om je uit de beklemming van je gedachten te halen. Maar het gaat in het boek van Jan Geurtz niet om een tijdelijke oplossing van een probleem. Het gaat erom dat je blijvend je houding ten opzichte van je gedachten verandert en de identificatie ermee loslaat.

Welke gedachten geloven we?
“We zijn verslaafd aan denken omdat we geloven dat we met denken onze emotionele problemen moeten oplossen. En dat komt weer doordat we geloven dat onze gedachten over de emotionele problemen en over onszelf als slachtoffer ervan, echt waar zijn. We denken dat ze betrekking hebben op iets wat werkelijk plaatsvindt.”
Hier begint je denken vast al te protesteren. Jan Geurtz geeft ook steeds aan dat je sommige stukken in zijn boek gewoon niet kunt plaatsen met het denken. De tekst wordt daarom steeds onderbroken door korte meditaties en oefeningen. Die kan ik hier natuurlijk niet allemaal gebruiken. Ik ben zelf ook wel een paar keer over deze tekst gestruikeld. Want hoezo is wat ik meemaak niet waar? Ik voel het toch? Eerst een voorbeeld uit het boek.
“Iedereen heeft af en toe weleens de gedachte dat iemand anders iets over je denkt. Je hebt bijvoorbeeld ’s ochtends per ongeluk twee verschillende sokken aangetrokken of een broek met een flinke vlek erop. Zodra je dit in de gaten krijgt als je op je werk of op straat bent, kun je ineens de gedachte krijgen dat als mensen dit zien, ze over jou iets negatiefs zullen denken: Ze zullen me wel een sloddervos vinden, of een dronkaard die met een kater is opgestaan. De gêne hierover voelt soms net zo benauwend als wanneer je werkelijk al uitgelachten of afgewezen zou zijn, terwijl er in werkelijkheid helemaal niets gebeurt. Op zo’n moment ervaar je iets van de suggestie dat je gedachte echt waar is, dat ze verwijst naar een situatie waarin mensen werkelijk iets negatiefs over jou denken. Wat je eigenlijk voelt is natuurlijk je eigen onzekerheid of zelfafwijzing. Die projecteer je via je gedachten op de buitenwereld en dat geeft je ogenschijnlijk een objectieve reden om je onzeker te voelen of je te generen. Dat gevoel wil je natuurlijk graag weer kwijt, dus ga je van alles denken om ervan af te komen: Ach, het valt best wel mee met die vlek, niemand die het ziet. Die sokken lijken eigenlijk best wel op elkaar enzovoort. Maar daardoor blijf je je ongemakkelijk voelen. Pas als je in de drukte van de dag je sokken helemaal vergeet, en er dus niet meer over nadenkt, is het hele probleem verdwenen.
Deze ervaring is een mooi voorbeeld van je denkverslaving; de gedachte creëert in feite zelf het probleem, waar je vervolgens met je denken weer vanaf probeert te komen. Gedachten maken van een problematisch gevoel een echt bestaand probleem: ze projecteren dat gevoel als het ware op het beeldscherm van de werkelijkheid, waardoor je denkt dat het probleem echt bestaat en dat het de oorzaak is van je beknellende gevoel in plaats van het gevolg ervan. ”

Herken je het? Heb je dit weleens ervaren?

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.