De kloof tussen reguliere en alternatieve behandelwijzen

Met geluk is het net als met gezondheid, als je er niets van merkt betekent het dat het er is. – Iwan Toergenjew

De kloof tussen reguliere en alternatieve behandelwijze
Vorige keer schreef ik over de documentaire Retour Hemel en daarna zag ik de interviews die Mark Bos erover heeft gegeven. Hij heeft zich verbaasd over de kloof die er tussen reguliere en alternatieve geneeswijzen bestaat. Hij noemt het zelfs een loopgravenoorlog. Hij pleit voor het slechten van die kloof in het belang van de patiënt.

Daar wordt door artsen heel verschillend over gedacht, zie het voorbeeld van het item dat 1Vandaag erover maakte. Daarin zie je een oncoloog die geen heil ziet in alternatieve middelen, want er is nog niet bewezen dat het zou helpen. Als dat wel zo was zou hij het onmiddellijk aan zijn patiënten geven. En een arts die zelfs een handboek heeft geschreven waarin hij beide kanten belicht.

Waarom die loopgravenoorlog?
Dit is een verkenning, want ik weet ook niet alles. Ik zeg er meteen bij dat ik niet geloof dat een van beide benaderingswijzen je kunnen genezen, ze kunnen hooguit stimuleren en het lichaam in staat stellen dat te doen. Kijk maar naar dit simpele voorbeeld; je hebt je gesneden en de wond begint te bloeden. Daarna stopt het bloeden vanzelf en ontstaat er een korst. Na een dag of drie kun je nauwelijks meer zien dat er een wond was. Als je je diep hebt gesneden, dan ga je naar de dokter, die hecht de wond, zodat de genezing kan plaatsvinden. Waarschijnlijk was het zonder ingrijpen ook wel genezen, alleen niet zo mooi en had het veel langer geduurd. Of je nu naar een reguliere arts of een alternatieve behandelaar gaat dat principe blijft hetzelfde. Genezing komt alleen van binnenuit. Maar na een auto-ongeluk heb je wel meer kans bij de snelle invasieve eerste manier. Terwijl je bij een chronische aandoening misschien meer baat hebt bij iets anders.
Nu even de uitgangspunten van beide benaderingen, zwart-wit om het zo duidelijk mogelijk te maken. Want hier zit de basis van de onbekendheid en afwijzing.

De wetenschappelijke basis
De reguliere manier ziet de ziekte en wil de genezing bevorderen door een beproefde manier die bij een groot deel van de patiënten werkt. Het houdt geen rekening, of maar heel weinig met de mens die de ziekte heeft. De reguliere manier gaat ervan uit dat een behandeling voor de ziekte bij elke patiënt min of meer het zelfde werkt. Waarom het bij de een wel en de ander niet aanslaat krijgt meestal geen verklaring. De behandeling is duidelijk in stappen verdeeld en meetbaar. De wetenschappelijke manier brengt ons statistieken, overlevingskansen en gemiddelde uitkomsten. Daar hebben veel mensen baat bij en het heeft heel veel goede medicijnen en behandelingen opgeleverd. Het is, zou je ook kunnen zeggen, een mannelijke manier, iets is kapot en we zoeken een manier om het te fiksen en meten is weten. De patiënt hoeft in dit geval zelf niet veel te doen. Soms wordt een advies gegeven over een ander dieet of stoppen met roken, maar als het niet lukt, is dat ook goed. De patiënt hoeft zich alleen te melden op afspraken en voor onderzoeken en daarna volstaat vaak een medicijn.

De individuele basis
De alternatieve manier gaat over het algemeen uit van de hele mens. De behandeling bestaat vaak uit die persoon leren kennen, voedingsvoorschriften, werken met emoties, opruimen van psychische ballast en onverwerkte gebeurtenissen. Daardoor is het vaak zoeken naar wat precies voor die persoon werkt en duurt de behandeling vaak lang. Er wordt meestal geen gebruik gemaakt van metingen, anders dan hoe de patiënt zich voelt. Er worden meestal ook geen uitspraken gedaan over levensverwachting of gemiddelden. En daarom lijkt het erop of er zo maar wat gedaan wordt. Dat je aan willekeur bent overgeleverd en dat dat wel erg primitief is. Je zou hier ook kunnen zeggen dat het een vrouwelijke manier is, aanvoelen en gebruik maken van intuïtie. Hier is de patiënt een meewerkend voorwerp en kan niet lijdend blijven toekijken. Hij moet zelf opmerken wat er goed gaat, waar hij tegen aan loopt en welke veranderingen er plaatsvinden.
Veel mensen “geloven” er ook niet in. En dat is best een vreemde uitspraak, want geloof je dan wel in een chemokuur of een operatie? Nee, dan hoeft het niet, want dan krijg je een keurige folder van de bijwerkingen, mogelijke complicaties en wordt er gesproken over zoveel procent kans dat het goed gaat. Je hebt wel gewoon pech als het voor jou niet werkt.

Is er maar een juiste manier?
De eerste benaderingswijze heeft, ondanks alle ontwikkelingen en ontdekkingen, nog steeds grenzen. Mijn huisarts gaf als voorbeeld dat deze technische manier van kijken en behandelen iets belangrijks uit het oog verliest, nl. het leven zelf. Want als iemands hart ophoudt met kloppen en je sluit die persoon aan op de hart-long-machine, dan gaat die persoon niet zo maar weer leven. Er is dus iets meer, dat de één leven en de ander God noemt.
De tweede benaderingswijze is niet in een laboratorium te meten en blijft daarom het aura van primitieve kwakzalverij houden, die nog heel fel bestreden wordt. De tijd dat kruidengeneeskundigen als heksen verbrand werden, ligt ook nog niet zo ver achter ons.

Je kunt niet zomaar deze twee benaderingswijze door elkaar gebruiken. Bijvoorbeeld als je sint janskruid tegen depressie wilt gebruiken, kun je niet ineens stoppen met de chemisch gemaakte geconcentreerde medicijnen en ze vervangen door het natuurlijker alternatief. Niet dat sint janskruid niet kan helpen bij depressie, maar het werkt op een hele andere manier. Wil je hier meer over lezen kijk dan eens hier. De ene behandeling is niet minder schadelijk dan de ander alleen omdat het natuurlijk is. Ook planten kunnen giftig zijn en ook daarbij hangt het van de dosis af. De werkzaamheid van de tweede benaderingswijze kan volgens velen alleen maar worden aangetoond als ze aan de meetbare criteria van de eerste benaderingswijze voldoet. En dat is ten ene male onmogelijk, hoeveel pogingen er ook worden gedaan. Daarom zullen aanhangers van de eerste benaderingswijze niet snel overtuigd worden door de aanpak van de tweede categorie.

Wat denk jij? Wat past meer bij jou en jouw klacht?

Author: tineke visscher

2 thoughts on “De kloof tussen reguliere en alternatieve behandelwijzen

  1. Het schijnt dat veel artsen nogal moeite hebben met het idee dat het lichaam zichzelf geneest. Tijdens een gesprek met een arts merkte ik eens op: “Je zou verwachten dat dat in het eerste college verteld wordt.” Maar dat is dus juist niet zo, de voor de hand liggende (en ook juiste) constatering dat het lichaam zichzelf geneest lijkt tegengesteld te zijn aan de gedachtengangen van dokters, die zichzelf zien als de beter-makers.
    De wetenschap werkt meestal met groepen proefpersonen. Als er een middel bestaat dat voor een beperkt aantal patiënten werkt, dan komt dat dus op deze manier nooit door de statistische testen heen. Terwijl zulke middelen wel bestaan, je gaf ooit een mooi voorbeeld van de reumatoloog die samen met zijn patiënten op zoek ging naar genezing, een weg die per patiënt verschilde. De wetenschap kan met de gebruikelijke methoden wel aantonen dat een middel werkt, maar nooit aantonen dat een middel niet werkt. Als men zegt dat een bepaald middel niet werkt, dan weten we dus niet of het werkt. Maar daar komt wel verandering in, er is heel zachtjes aan steeds meer belangstelling voor de verschillen tussen mensen.

Geef een reactie