Blijven ontwikkelen

The tragedy is not that we aim too high and fail. It is that we aim too low and  succeed. – Sir Ken Robinson

 

Sinds een tijdje merk ik dat ik veel heb bijgeleerd en dat het nodig is om oude ideeen over jezelf echt los te laten. Ik ben er nog mee bezig, maar binnenkort vertel ik je wat ik doe om vooruit te komen en lichter verder te gaan.

In de tussentijd  zag ik een talk van sir Ken Robinson over zijn laatste boek the Element . Het gaat over het leven leiden dat bij je past, waarbij je in je element bent. Wat de opleidingen betreft constateert hij dat het systeem niet meer past bij de huidige tijd en eisen. Ons schoolsysteem is gebaseerd op ideeen uit de industrialisatie van een eeuw of meer geleden. En in dat systeem komen veel talenten niet uit de verf. Sir Ken Robinson pleit voor een nieuwe manier, maar dat houdt ook in dat je je blijft ontwikkelen. Want het is niet meteen duidelijk wat je talenten en passies zijn. Soms heb je een ander nodig, die iets in jou ziet waarvan je jezelf nog niet zo bewust bent. Soms moet je gewoon doen wat je wilt doen en het risico lopen dat je het niet kunt of dat je niet weet wat er van zal komen.

Voor er boek The Element heeft hij veel mensen geïnterviewd . Een ervan is Paul McCarthy. Hij vroeg hem of hij van de muzieklessen op school had genoten en het antwoord was nee. Dacht de muziekleraar dat hij talent had, nee. Op dezelfde school zat de paar jaar jongere George Harrison. Ook daarvan had de muziekleraar niet het idee dat hij een groot talent was. En zo waren er wel meer. Elvis Presley mocht niet meedoen met de Glee club op zijn school ” want hij zou het geluid verpesten”.  En de rest is geschiedenis.

Wat is jouw talent? Heb je het zelf ontdekt of ben je erbij geholpen?

 

Suiker, suiker, suiker

Ik schrijf op dit moment niet veel, maar ik zie, lees en ervaar eigenlijk heel veel waarover ik zou willen schrijven. Het komt er alleen nog niet zo van.

Maar recent heb ik twee documentaires gezien over de hoeveelheid suiker die de gemiddelde mens binnenkrijgt terwijl hij denkt goed bezig te zijn. De eerste documentaire was van Damon Gameau, That sugar film, een soort supersize me experiment maar dan met suiker. Bij aanvang eet hij geen suiker, is op gewicht, fit en energiek. Dan besluit hij net zoveel suiker te eten als de gemiddelde consument en dat is 40 suikerklontjes of theelepels a 4 gram per dag. Die suiker krijgt hij niet uit taartjes en frisdrank, maar zoveel mogelijk uit gezond geachte producten, zoals magere yoghurt met een smaakje, sap, tomatensoep enz.  Voorwaarde is wel dat hij blijft bewegen zoals hij altijd doet en dat hij dezelfde hoeveelheid calorieën inneemt. Op reis in de VS valt het hem meteen op dat het hier moeilijk is om niet over het maximum van 40 suikerklontjes te gaan. Aan het eind van die 3 maanden is hij 8 kilo zwaarder, zijn bloedwaarden zijn een stuk slechter en hij voelt zich veel minder goed. Zijn conclusie is dat de ene calorie de andere niet is en dat de bewering van de industrie dat het wel goed komt als je maar blijft bewegen, niet klopt. Het meest verontrustende vond ik eigenlijk dat je die 40 suikerklontjes per dag zo gemakkelijk binnenkrijgt. Neem je frisdrank of taart dan ga je hier in veel gevallen overheen. De industrie heeft een bliss punt ontdekt. Zo kunnen ze de maximale hoeveelheid suiker toevoegen en ervaren consumenten dat als lekker. Meer suiker zou het effect teniet doen.

De tweede  documentaire was van Jamie Oliver,  Jamie’s sugar rush. Hij staat meer stil bij het effect van suiker op de gezondheid en tanden van kinderen die teveel suiker binnenkrijgen . Zijn oplossing is een sugartax om veel meer te doen aan voorlichting en preventie.

Oh, ja, voor ik het vergeet, de aanbevolen hoeveelheid suiker per dag is 7 tot 9 klontjes per dag. Dat vraagt een radicale verandering in het denken over eten en drinken. Een voorbeeld : water is een prima drankje en taart is echt prima op een feestje, maar niet elke dag.

 

De mens worden die je bedoeld was te zijn

Als rondje hoef ik niet eerst een driehoek te worden om vierkant achter mezelf te staan. – onbekend

 

Het duurde even om de ballast van vroeger kwijt te raken. Er bleken veel emoties vast te zitten, waarvan ik het bestaan niet eens vermoedde. De kunst was te accepteren dat het er was en er naar luisteren. Dat gaf waardevolle informatie en ik zie nu dat de emoties konden oplossen. Dat geeft onnoemelijk meer mogelijkheden. Alle problemen waar ik me het afgelopen jaar doorheen heb geworsteld, die me het gevoel van een hogedruk pan gaven, waren bedoeld om oude overtuigingen en patronen loslaten. Dat wil zeggen de patronen en programma’s die je niet het resultaat geven wat je wilt. Dr Hew Len van Ho o pono pono zegt er bijvoorbeeld over dat geldproblemen niet alleen door je hypotheek op je huis komen, maar veel meer door de hypotheek op je ziel.

Gek genoeg werkt het nog niet met het lopen op dezelfde manier. Ik kan wel stilstaan bij een oud patroon van hulpeloosheid, van een behoefte om steun buiten mij te zoeken, maar dat programma lost niet zo maar op. Sterker nog het lijkt soms nog meer op de voorgrond aanwezig. Maar omdat ik er bij mijn andere problemen uiteindelijk ook doorheen ben gekomen ga ik nog maar even door. Ik heb wel ontdekt dat ik meer op het denken vertrouw dan op het lichaam en dat dat bij bewegen in de weg zit. Het hoofd verzint de gekste oplossingen en ik moet heel alert zijn om daar niet aan mee te doen. Ik zeg vaak tegen mezelf dat het lichaam het weet en er niet over gedacht hoeft te worden, maar de denkverslaving is hardnekkig.

Ik heb de laatste tijd ook veel gezien en gelezen van andere mensen en hun crisis. Ze gaven allemaal aan dat de moeilijkste periode ze heel veel heeft opgeleverd. Zo zag ik pas een programma van de boeddhistische omroep Een andere kijk met een Marokkaanse vrouw, Farida Moultmar. Zij had haar man plotseling verloren en had daar zichtbaar verdriet van, toen er naar werd gevraagd. Maar gaf ze aan dat is nodig om de mens te worden die je bedoeld bent. Dat denk ik nu ook. Verdriet slijpt aan de rafelige randen, aan alles wat je van jezelf nog niet goedvindt. Er is veel water nodig om van een steen een mooie afgeronde kei te maken. Misschien is dat bij mensen ook wel zo.

Bang voor de film

Als je de moed hebt bang te zijn, kunt je de controle loslaten. – onbekend

De vorige keer schreef  ik over het schuifelen, want meer dan dat kon ik de manier waarop ik me voort bewoog niet noemen. Dat is nog niet over, maar ik heb er wel iets over ontdekt. Angst is een soort bescherming. Die bescherming denk je niet te willen of nodig te hebben. Maar het feit  dat het er is, laat je zien dat er nog een  herinnering is met een sterke  emotie, die je niet onder ogen  wilt zien. Het is als of er een film is opgeslagen, waarvan alleen al de recensie je zo bang heeft gemaakt dat je hebt besloten nooit naar die film te gaan. Die film of herinnering is iets wat je ooit hebt meegemaakt en besloten hebt dat je dat nooit meer wilt voelen omdat het te erg is, te gevaarlijk of zelfs  dat je het niet gaat overleven. Het goede nieuws is dat je die gebeurtenis al hebt overleefd en dat de herinnering je niets kan aan doen. Het enige waarom  of het lichaam of het gevoel je daar naar terug wil brengen, is de oude herinnering te ontdoen van die sterke emotie en op te lossen.

Van mezelf begrijp ik nu dat er een tijd is geweest, heel lang geleden, dat ik niet wist wat er gebeurde en mezelf zo uitgeput en niet gesteund heb gevoeld dat ik niet meer verder kon. Mijn lichaam laat dat zien en organiseert zijn eigen steun. Dat is aan de buitenkant te zien, maar de oplossing zit aan de binnenkant. Ik ben die oude film nu aan het bekijken zodat mijn lichaam van haar last bevrijd kan worden.

Geloof jij dat oude trauma’s nu nog invloed op je kunnen hebben?

 

Taal van het lichaam

Je ziet het beeld van de wereld dat je voor jezelf gemaakt hebt. Maar je ziet niet jezelf als maker van dat beeld. – De cursus in wonderen.

 

Ik las pas een column van Elisabeth Gilbert waarin ze vertelde dat ze 13 jaar mank heeft gelopen. Daar kwam verandering in toen ze haar knie ging vragen wat er aan de hand was. Haar knie antwoordde ” ga sneller”. Haar conclusie was dat de knie het wel aan kon, maar zij zelf een heleboel emotionele pijn op haar knie had overgebracht.

Dat gaf mij het idee dat dat bij mij ook weleens aan de hand kon zijn. Natuurlijk heb ik het vaker gevraagd en tot nog toe geen antwoord gekregen. Nu ben ik zoveel vertrouwder met de processen geworden, dus ik wilde het nog een keer proberen. Het antwoord dat mijn knie toen gaf was ” ik blijf zitten, ik kan niet meer verder”. Dat had ik niet verwacht en het kwam natuurlijk ook niet uit. Maar mijn lichaam ging zich er helemaal naar gedragen. Ik kon alleen nog maar schuifelen. Een vriendin schrok van hoe weinig ik nog kon en wilde al hulpmiddelen en hulptroepen inschakelen. Dat was niet zo’n gek idee, maar ik wilde het niet. Ik moest het nu echt begrijpen, want ik was hier al een paar keer eerder geweest.

Dus bleef ik zoveel mogelijk zitten om te horen wat er nu echt aan de hand was. Het leek wel of ik uit twee personen bestond waarvan de een uitgeput en in paniek was. Terwijl de ander gewoon door wilde gaan alsof er niets aan de hand was. Ik weet niet of je me nog kunt volgen, maar beter kan ik het nu nog niet uitleggen. Maar de stilte en aandacht hebben me laten inzien dat ik in stress situaties helemaal naar het hoofd ga. En daar alle beschikbare energie op maak. Er blijft echt letterlijk niets meer over voor het lichaam. En mijn lichaam is nu zo eerlijk dat het dat dan laat zien. Wat ik kon en moest doen is weer de aandacht terugbrengen in het lichaam. Hoe? Door dieper te ademen terwijl ik iets aan het doen was. Af en toe bewust de hand op mijn buik te leggen en tegen mezelf te zeggen dat het lichaam het wel kan en het hoofd er niet bij nodig heeft. Heel langzaam komt er nu verbetering in. Nu realiseer ik me hoe gemakkelijk ik in het oude patroon verval. En hoe moeilijk het is om nieuw gedrag te blijven volhouden als er geen directe aanleiding meer voor is. In plaats van boos en gefrustreerd te zijn dat mijn lichaam niet meewerkt, besef ik nu dat ik niet meewerk en het lichaam met eigen wijsheid mij weer op het goede pad probeert te krijgen.

 

Dik zijn

dik

Ik zag een programma van Katie Hopkins, My fat story en het vervolg My fat story 1 jaar later. In dat programma gaat Katie Hopkins de uitdaging aan om dikke mensen te leren dat je door gewoon minder eten en meer bewegen echt gewicht kunt verliezen. Ze is eigenlijk boos dat in Engeland zoveel mensen zwaar overgewicht hebben. En nog bozer dat iedereen het normaal vindt dat mensen steeds dikker worden. Vooral dat overgewicht bij kinderen al echt een probleem is en dat als het zo doorgaat in 2050 de helft van alle Britten in de categorie obese terecht komt, is voor haar onverteerbaar. In het eerste jaar gaat ze zelf moedwillig aankomen en dat is voor haar nog niet gemakkelijk. Zo’n 7000 calorieën per dag, dat is behoorlijk wat eten en natuurlijk niet het gezondste eten. Maar ze propt zich tegen wil en dank vol en komt zo’n 20 kilo aan. Ze voelt zich dan inmiddels ellendig van dat teveel eten en expres niet te veel bewegen.Ze krijgt toch een beetje sympathie voor de dikkerds omdat ze merkt hoe emotioneel zwaar het is. Daarna gaat ze hard aan de slag om het gewicht weer kwijt te raken. Ze doet dat samen met een paar mensen en de resultaten zijn er. Na een tijdje groeit haar fat club uit tot een online beweging, die mensen steun biedt als ze willen afvallen. Ze laat ook zien wat er met haar gebeurd zou zijn als ze hetzelfde aantal calorieën was blijven eten. Dan was ze 125 kilo geworden en volgens haar ziet dat er helemaal niet mooi uit. Het argument dat dik mooi is en je je rondingen kunt omhelzen, gaat volgens haar helemaal niet op als je zo zwaar bent.

Ik denk dat  je mensen met overgewicht niet hoeft aan te vallen. Ik denk dat ze het al zwaar genoeg hebben. Maar steun bieden voor wie een ander pad wil kiezen, lijkt me een goed idee. Want welke argumenten mensen gebruiken, hoe mooi ze het ook zeggen te vinden, niemand wordt gezonder van veel overgewicht.Tegelijkertijd denk ik ook dat veel, vooral meisjes, onder grote druk staan het ideale gewicht te krijgen en daarbij extreme maatregelen niet te schuwen. Eigenlijk past alleen een pleidooi voor voeding, waardoor je genoeg energie krijgt om je leven te leiden. Voedsel misbruiken, om verveling tegen te gaan, om je werkelijke problemen niet onder ogen te zien, een feestje in je mond te houden, het leidt op de langere termijn alleen naar ongeluk.

Wat vind jij van de stelling “eet minder en beweeg meer voor een gezond gewicht”?

 

Een jaar later

my-mind-still-talks-to-you

 

Vorige week had ik ineens weer veel te verwerken. Ik denk dat het kwam doordat ik me er erg van bewust was dat er al een jaar voorbij was. In dat jaar is een hoop gebeurd en ondanks dat er nog steeds problemen zijn, weet ik dat ik echt op mijn eigen benen kan staan. Ik wilde wel een klein moment van herinneren organiseren, maar dat was tegelijk ook heel moeilijk. Soms word je door allerlei praktische dingen bij de les gehouden. Want ja, er moeten rekeningen betaald worden, en is het wel handig als eten gekookt en schoongemaakt wordt. In die nieuwe routine lijken de meeste dingen wel normaal. Maar als mensen me vragen naar een feestje te komen, waarvan ik wist dat ik daar vooral mee naar toe ging, dan voel ik me soms half. Of als mensen me soms vragen wat ik wil, bijv. met Kerst of Nieuwjaar, dan is dat ineens ingewikkeld. Omdat het zo lang iets was waar ik niet over hoefde na te denken. En dat was ook zo met wel of niet iets doen om te herinneren dat het al een jaar geleden is. Uiteindelijk koos ik wel voor een klein moment, staken we een kaarsje aan, dronken we een glas wijn en luisterden naar een lied. Het was ingetogen en toch mooi, het lied had de juiste mix van rauwheid en optimisme. Maar je kunt het zelf beoordelen, als je op de link klikt.

Je leert best snel dat je door je tranen heen ook weer kunt lachen. Soms vind ik ook troost in wat andere mensen erover zeggen of schrijven. Zo zag ik pas Wieteke van Dort in “de verwondering”, die heel rustig vertelde dat de doden nog gewoon om ons heen zijn en dat je met ze kunt praten. Een teken van die aanwezigheid, volgens haar, zijn donsveertjes. En uit mijn bank komen nu zoveel veertjes, dat een bezoeker me pas vroeg of ik vogeltjes had. Dus met dat contact zit het wel goed.

 

Door de zeef vallen

In het reine komen met de angst voor de dood is bevorderlijk voor genezing, positieve transformatie van de persoonlijkheid en ontwikkeling van het bewustzijn. –

Stanislav Grof

Alles wat er om en in je gebeurt kun je gebruiken voor het ontwikkelen van meer bewustzijn en de dieper liggende thema’s in je eigen leven ontdekken. De afgelopen week zag ik een interview met Lisette Thooft uit 2016 naar aanleiding van haar boek “kom uit je hoofd”. In dat interview geeft zij aan dat persoonlijke ontwikkeling je leven in alle opzichten fijner maakt. Het leven schudt je zodat je overtollige ballast kwijt raakt en je door een zeef kunt vallen. Dan val je wel op een andere zeef en het proces herhaalt zich net zolang totdat je fijn genoeg bent geworden om ook daar weer doorheen te vallen. In eerste instantie is dat niet leuk, maar door je van allerlei oude angsten en doorgegeven patronen te ontdoen, wordt het leven wel veel fijner.

Dat ik nu dus een aantal problemen ervaar, is in dat opzicht een goed teken. Ik voel ook dat ik al een stuk lichter ben geworden. Vandaag of morgen kan ik vast wel naar een ander niveau zeef vallen. Wat daarbij belangrijk is om te zien is dat als er iets gebeurt en je weet het niet, dat een goed teken is.  Als je dan ook de moed hebt om stil te staan bij wat er nu echt gebeurt, dus niet alleen het probleem dat zich aan de buitenkant laat zien, maar ook het gevoel dat binnenin je is, dan kom je verder. Want gek genoeg komt er meestal een patroon van gebeurtenissen en gevoelens naar boven, die rusten op een sterke overtuiging. Deze overtuiging heb je vaak vroeg in je leven gevormd. Lisette Thooft heeft het zelfs over het gevoel van niet gewenst zijn als baby. Dus in een tijd dat je er nog geen woorden voor had. Daaruit trek je dan de conclusie dat jij er niet mag zijn en erg je best moet doen om te bewijzen dat je wel goed bent. De waarheid is dat die overtuiging niet klopt. Het klopt wel dat je hebt aangevoeld dat een nieuwe zwangerschap je ouders niet uitkwam omdat er bijv. oorlog was, geldgebrek of iets anders. Maar het is niet waar dat het jouw schuld was.

Deze meestal onbewuste overtuiging heeft een grotere invloed op jouw leven dan je denkt. Want het kleurt al je ervaringen en het veroorzaakt ook je problemen. Deze problemen zijn een vorm van hulp. Dus ze ontstaan niet om je te pesten, maar om je te helpen. Te helpen bewust te worden van wat je denkt dat te gevaarlijk is om weer te voelen. Wij zien problemen meestal niet als hulp. We willen er gewoon, liefst meteen vanaf. Ik ook. Ik wil een paar lastige kwesties graag meteen de wereld uit helpen. En daarvoor kan ik het meeste doen als ik oude patronen bij mezelf loslaat. Als je er eenmaal mee begint, wordt het schudden heftiger. Zo heftig dat je er helemaal niets meer van snapt en soms ook wanhopig kunt worden. Zoek er hulp bij en houd vol, want er gebeurt iets belangrijks. Het is wel een beetje zoals een vrouw in het voorstukje van, ik geloof mijn man is klusser, zei “Ik zie licht aan het eind van de tunnel. Maar het is niet leuk om in de tunnel te wonen.”

Durf jij voorbij de verschijningsvorm van het probleem te kijken en te ontdekken wat jij over jezelf gelooft?

 

 

 

Wat zou Pippi doen?

pippi

 

Sinds ik de vorige keer schreef over Pippi en die kant in mezelf meer ontdekken, kreeg ik ineens een paar moeilijke lessen. Den dan kun je je afvragen wat Pippi in dit geval zou doen. Maar omdat ik er net mee ben begonnen is dat nog wat lastig.

Dus blijf ik nog even doen wat ik tot nog toe gedaan heb. Ik sta stil bij wat er gebeurt en zie dat het een oud programma is dat ik los kan laten. Ik zie in welk opzicht ik er nog aan gehecht ben of denk in mijn recht te staan. Daarmee heb ik de afgelopen weken al wel vooruitgang geboekt, maar sommige problemen zijn toch ingewikkeld. Maar dat geeft niet ook al heb ik het nog nooit op deze manier meegemaakt, ik denk wel dat ik het aankan. Hoe het resultaat ook wordt, ik ga er vast heel veel van leren.

Denk jij dat problemen je wat  te zeggen hebben? Zo ja, wat? Zo nee, hoe werkt dat voor jou?

 

Pippi en Annika

pippi-en-annika

The children came to a perfume shop. In the show window was a large jar of freckle salve, and beside the jar was a sign, which read: DO YOU SUFFER FROM FRECKLES?

‘What does the sign say?’ asked Pippi. She couldn’t read very well because she didn’t want to go to school as other children did.

It says, ‘Do you suffer from freckles?’ said Annika.

‘Does it indeed?’ said Pippi thoughtfully. ‘Well, a civil question deserves a civil answer. Let’s go in.’

She opened the door and entered the shop, closely followed by Tommy and Annika. An elderly lady stood back of the counter. Pippi went right up to her. ‘No!’ she said decidedly.

‘What is it you want?’ asked the lady.

‘No,’ said Pippi once more.

‘I don’t understand what you mean,’ said the lady.

‘No, I don’t suffer from freckles,’ said Pippi.

Then the lady understood, but she took one look at Pippi and burst out, ‘But, my dear child, your whole face is covered with freckles!’

‘I know that,’ said Pippi, ‘but I don’t suffer from them. I love them. Good morning.’

She turned to leave, but when she got to the door she looked back and cried, ‘But if you should happen to get in any salve that gives people more freckles, then you can send me seven or eight jars.’

(De kinderen kwamen bij een drogisterij. In de etalage stond een grote pot sproeten-creme, ernaast een bordje “heb je last van sproeten?” Wat staat er op het bordje, vroeg Pippi, want ze las niet zo goed omdat ze niet naar school wilde zoals de andere kinderen. Er staat “Heb je last van sproeten” zei Annika. “Staat dat er echt”, zei Pippi bedachtzaam. “Nou een beleefde vraag verdient een beleefd antwoord. Laten we naar binnen gaan.” Ze opende de deur en ging de winkel binnen, gevolgd door Tommy en Annika. Een oudere dame stond achter de toonbank. Pippi ging naar haar toe. “Nee”, zei ze beslist. “Wat wil je” vroeg de dame. “Nee”, zei Pippi nog een keer. “Ik weet niet wat je bedoelt”, zei de dame. “Nee, ik heb geen last van sproeten”, zei Pippi. Toen begreep de dame het, maar ze keek een keer goed naar Pippi en barstte uit “Maar, lieve meid, je hele gezicht is bedekt met sproeten!”. “Dat weet ik”, zei Pippi, “maar ik heb er geen last van. Ik hou van ze. Goedemorgen”. Ze draaide zich om en wilde vertrekken, maar bij de deur keek ze nog even om een schreeuwde “Maar als u toevallig een creme krijgt, die mensen meer sproeten geeft, dan kunt u me 6 of 7 potten sturen”.

Veranderen doe je omdat het moet of omdat je het wilt. De laatste motivatie geeft je meer kans dat je het tot een succes brengt. Op de een of andere manier kwam ik toen bij Pippi en Annika uit. Want veel meisjes worden opgevoed om een Annika te worden. Er is vaak niet zo veel ruimte om een kind helemaal zich zelf te laten zijn. Ouders geven met de beste bedoelingen de sociale codes, maar ook hun angsten door. Wat als Annika ineens zou besluiten om minder voorzichtig te worden een het speelse en moedige in zichzelf meer kans te geven. In het Pippi verhaal is Annika meestal de bange voorzichtige stem, die Pippi wil tegenhouden en vertelt wat er niet mag. Ik herken die stem. Het zal je ook niet verbazen dat ik meer een Annika ben dan een Pippi. Ik geloof wel dat we beide kanten in onszelf hebben en dat we Annika kunnen bevrijden uit de zelfopgelegde voorzichtigheid en angst. Waarom?  Gewoon omdat we willen uitproberen wat er dan gebeurt en een ander resultaat willen bereiken. Met het voorzichtige zijn we gekomen waar we nu zijn. Zou het niet leuk zijn om te zien wat er nog meer kan?

Wil jij iets van Pippi leren? Of blijf je liever Annika?