Beste boek

Geen twee mensen lezen ooit hetzelfde boek.
Geen twee mensen lezen ooit hetzelfde boek.

 

Mijn boek van 2015

Uit de december reflections is een van de thema’s het beste boek van 2015. Maar dat vind ik te ingewikkeld. Een boek kan je bijna niet met een ander vergelijken. Je kunt hooguit zeggen of het boek je heeft ontroerd, ergens over heeft laten nadenken of je een waardevol inzicht heeft gegeven. Want dit jaar heb ik bijvoorbeeld “Stadium IV” gelezen, boek van de maand van het Dwdd panel, en ik vond het mooi geschreven maar was er toch niet zo lyrisch over als het panel. Dat zegt natuurlijk niets over het boek, maar meer over mij.

 

Goed maar wat is dan wel mijn boek van 2015? Dat is een boek wat me dit jaar heeft geholpen bij wat ik aan het doen  was. Om een verandering door te voeren en energie terug te winnen. Waar ik daarbij het meeste had was het boek “de kracht van Ja”. Het boek dat ik al eerder heb besproken en zelfs wilde weggeven. Iemand reageerde toen dat ik hem toch maar zelf moest houden. En nu was het zo maar tijd om dit boek weer te pakken en het nu echt in de praktijk te brengen. Door me iedere dag te richten op het nieuwe in die dag, dat die dag nog nooit gebeurd was en ik ook niet wist wat er ging gebeuren en dat alles ging verwelkomen, heeft heel erg geholpen bij het terugvinden van energie. Ook al ben ik er nog niet, ik heb wel geleerd dat ik heel veel energie verloor door verzet. Het plannen en controleren heeft nl. ook als bijwerking dat als het dan niet gaat hoe je het bedacht hebt dat je je met alle macht gaat richten op het toch voor elkaar krijgen. Het is heel erg tegen de stroom inroeien. Je komt nauwelijks vooruit en verliest heel veel kracht. Om dat om te draaien naar ik verwelkom deze dag en ik zie wel wat er gebeurt, is wel lastig. Maar herhaling heeft in dit geval wel vruchten afgeworpen. Ik kan het nu iedereen aanraden. Maar ja, dat is meestal achteraf als je merkt dat het wat oplevert.

 Welk boek is jouw boek van 2015?

 

Zielsgezond

Wie het ziekzijn wil verdringen, ontneemt de mens de basis van zijn bestaan. Als je denkt dat je ziek-zijn kunt uitbannen, begrijp je de zin van het leven niet. …. Ziekten niet accepteren betekent je mens-zijn niet accepteren.- Anselm Grun

 

Acceptatie

Vandaag een spirituele kijk op gezondheid; het boek “Zielsgezond” van Annemarie Postma. Het heeft heel lang geduurd voordat ik een boek van haar serieus overwoog en nog langer voordat ik het ging lezen. Dat heeft natuurlijk te maken met mijn vooroordeel. Ik had nl. in interviews gelezen dat zij lang (fysio) therapie kreeg toen ze jong was, daarvan is afgestapt en begonnen is met het accepteren van haar beperking. Toen zag ik haar een keer in de wandeling en toen kon ik me haar verhaal voorstellen, maar nog ongelooflijk moeilijk dat zij er tevreden mee kon zijn om zo beperkt te zijn. Opgeven kwam in mijn hoofd niet op. Ik zou er alles aan doen wat nodig was om gezond te zijn en weer volledig te kunnen bewegen. Maar ik heb er de laatste tijd wat bijgeleerd en besef dat acceptatie ook een goede weg kan zijn.

Zielsgezond

In “Zielsgezond” biedt zij haar persoonlijke kijk op gezondheid en ziekte. Maar ook de verhalen van anderen. “Zij zagen hun ziekte in ieder geval niet als een vergissing van het universum, maar als symbool en als kans. Als symbool voor de verlangens van hun ziel en als kans zichzelf  beter te begrijpen, hun verhouding met het leven te peilen, te onderzoeken of ze zich nog wel op de juiste weg bevonden in hun werk en privéleven. Zij zagen het ook vooral als keerpunt, om de zin van de onzin te onderscheiden, meer zelfcompassie te ontwikkelen en  meer voor zichzelf te kiezen en meer van het leven te genieten. Echte mensen, eerlijke mensen, moedige mensen, die laten zien dat gezondheid niet zit in een perfect functionerend lichaam, maar veel meer betekent: dat je je thuis voelt bij jezelf en in je lichaam.”

Nou hoor ik in gedachten al een heel veel mensen tegensputteren en zeggen dat dat gemakkelijk is, zolang de ziekte niet levensbedreigend is. Maar in haar boek staat er wel een voorbeeld van iemand die de eindigheid van haar leven wel onder ogen moest zien en er toch een nieuwe weg en kans in zag. Ik heb net de serie “Liefde voor later” gezien en de schrijnende en soms ook hartverscheurende verhalen. Maar daarin zat ook een man, Garmt, die zich kon verzoenen met zijn ziekte ALS en bij de steeds verdergaande fysieke beperkingen toch kon vertellen dat hij gelukkig was. Ook al stond hij voor duivelse dillema’s en vond het verschrikkelijk moeilijk dat hij voor en met zijn pasgeboren dochtertje niet meer kon doen, toch was hij gelukkig. Hij heeft grote indruk op me gemaakt.  Maar kijk de aflevering zelf als je denkt dat het wat voor je is.

 

 

Nog meer optimisme

When you wake up every day, you have two choices. You can either be positive or negative; an optimist or a pessimist. I choose to be an optimist. It’s all a matter of perspective. – Harvey Mackay (Elke ochtend als je wakker wordt heb je twee keuzes. Je kunt of positief of negatief zijn; een optimist of een pessimist. Ik kies ervoor een optimist te zijn. Het is allemaal een kwestie van perspectief.)

Het antwoord: ben je een pessimist of een optimist

Op de drie simpele vragen van de vorige keer is het antwoord dat optimisten op de eerste vraag a antwoorden en b op de twee volgende vragen. Pessimisten doen precies het omgekeerde. “Daarmee raken we meteen de kern van de zaak. Ze staan beide op hetzelfde feestje en reflecteren op dezelfde werkelijkheid. Hun interpretatie verschilt echter.”

Als ik deze test een paar jaar geleden had gedaan, was ik zonder meer een pessimist geweest. Altijd druk met serieuze zaken en niet goed in het ontspannen en genieten van het niets doen. Nu zou ik ze wel zo invullen dat de conclusie optimist is. Maar het is echt een kwestie van perpectief en dat kun je veranderen. Trouwens ook toen zag ik mezelf niet als pessimist.

Wat heb je eraan?
Wat alle geluksprofessoren zeggen is dat je kunt kiezen voor meer geluk. En dan denk je, ja, zij hebben gemakkelijk praten. Dat is het niet. Dat kan ik nu zelf beamen. Je hoeft niet eerst alle voorwaarden vervuld te krijgen om gelukkig te zijn. Je kunt ervoor kiezen, nu in jouw omstandigheden. Ik dacht ook lang dat ik eerst helemaal beter zou moeten zijn, weer meer geld verdienen etc en dan zou ik wel gelukkig zijn.
Maar dat is dus niet waar. Je hebt alleen nu. Als je nu niet gelukkig bent wanneer dan wel. En het mooie is als dan een schip met geld voorbij komt, of een wereldbaan ben je er nog steeds blij mee. Er is geen limiet aan geluk.
Misschien is het zelfs zo dat als je iets mankeert, je nog meer hebt aan optimisme. En dan niet de manier dat je doet alsof er niets aan de hand is en het vanzelf wel goed zal komen. Daar heeft dit optimisme niets mee te maken. Je weet wat er aan de hand is, accepteert dat volledig en je kiest ervoor om toch vrolijk op te staan en te doen wat er kan. Ik kan nog steeds niet goed lopen, al gaat het heel langzaam steeds iets beter. Dat ik het beschouwde als bijna onmogelijk heeft me niet geholpen. En bedenken dat ik het ga doen en wel zie hoever en hoe goed dat helpt wel. Ik kan het nog niet goed uitleggen, ik merk alleen dat er iets verschuift en dat er dan meer mogelijk is. En dat begint met hoe je erover denkt.

Magie gebruiken om door muren te lopen

Het ogenblik om je te ontspannen, is wanneer je er geen tijd voor hebt. – Thomas Harris

In een staat van magie
In het boek F**k it worden meer handvatten gegeven om door de muren van je gevangenis heen te breken. En daar vond ik magie. Dat had ik niet in dit boek verwacht. Maar “dankzij magie hoef je niet langer te ploeteren om door de muren van de gevangenis heen te breken. Je loopt er eenvoudig doorheen. Ja, als je de F**k-it-staat hebt bereikt gebeurt er iets wonderlijks. Je ontsnapt zonder moeite uit de gevangenis waar je in opgesloten zat. … Door met de eigenschappen en technieken van F**k it te werken zul je ontdekken dat je naar die staat terug kunt keren op het moment dat jij dat wilt – met een knip van je vingers en het uitspreken van de woorden F**k it.”

Je kunt dan het beste eerst een quiz doen. Die vind je hier.

Stel je open voor de magie van ontspannen.
Sta open voor de magie. Dat alleen al maakt dat er magische dingen kunnen gebeuren. In onze gevangenis hebben we ons voor een heleboel dingen afgesloten en nu is het tijd om onszelf weer open te stellen. Open voor nieuwe en onbekende gebeurtenissen, voor de dingen buiten ons kader, wat we nog niet eerder hebben gezien of gedaan.
En daarvoor moet je leren te ontspannen. “Als we de kunst om te relaxen en onze spanningen om te buigen in ontspanning combineren met het F**k it zeggen tegen de belangrijkste stressoorzaken in ons leven, hanteren we een winnende formule.” In het boek worden er een aantal aanwijzingen gegeven van Tai Chi, tot dankbaarheid, tot ademen enz.

Wat zou jou helpen meer te ontspannen?

In welk celblok zit je?

Je zit tegenwoordig vaster in het verkeer dan in de gevangenis. – Johan Anthierens

Het celblok
Je gaat de gevangenis natuurlijk pas verlaten als je er klaar voor bent. Als je voelt dat er meer is en je een voorstelling hebt gemaakt van hoe het zou zijn om vrij te zijn. Dan durf je F**k it te zeggen tegen alles wat je nog vasthoudt. Maar voor het overzichtelijke is er in het boek F**k it 2 een onderscheid gemaakt tussen de verschillende celblokken. Een korte indruk van de verschillen.

    Celblok A: Het verhaal

“Zo heeft iedereen in Blok A zijn verhaal en ze willen dat dolgraag vertellen. Niet gek als je de teksten ziet die er op de muur van dit cellenblok staat:
Als je een verhaal te vertellen hebt, vertel het.
Jij bent een belangrijk persoon.
Sta voor dat waarin je gelooft.
Muren hebben oren en wij staan klaar om te luisteren.

Iedereen in blok A heeft een verhaal en daar zijn ze mee vergroeid. Ze leven niet in het nu, maar in het verhaal. Hun leven staat stil. Het is als een plaat met een kras. Je hoort steeds hetzelfde en dat gaat vervelen.”

Hoe lang zou je het uithouden in Celblok A? Of wil je al door de muur heenbreken? In het boek kun je daar dan meteen naar toe gaan.

Maar ik ga nog even verder met de andere celblokken.

    Celblok B: Angst

“Degenen, die naar blok B zijn gestuurd zullen denken dat ze in een lange versie van Room 101 zijn beland- een kamer waar je diepste angsten bewaarheid worden. Wie bang is voor slangen, komt in een cel vol slangen.

Op de muren staat te lezen:
68 procent van de gevangenen sterft voordat ze vrijkomen.

Het gevangeniseten is waarschijnlijk de oorzaak van het hoge percentage darmkanker onder gedetineerden.

Teveel slapen kan tot ademhalingsproblemen leiden

Te weinig slapen kan tot hartklachten leiden.

Hun angsten maken hen passief, gespannen en argwanend. … In Blok B is angst een drug. En die drug is gratis verkrijgbaar. Alle gevangenen in dit blok zijn eraan verslaafd. Niemand heeft ooit nagedacht over de langetermijneffecten van dit drugsgebruik. Niemand heeft ooit overwogen dat het grootste gevaar wel eens die angst zelf zou kunnen zijn.”

    Celblok C: serieus zijn

“Op elke muur van celblok C hangt een groot plasmascherm. De doorlopende uitzendingen zijn overal dag en nacht goed te volgen. … De gevangenen zijn erg op zichzelf. Ze voeren hun taken uit en gedragen zich netjes. Elke maand worden ze getest. … In feite op de dingen die iemand een goed en verantwoordelijk burger maken.

Als je van speelfilms houdt of van een biertje, mag je hopen dat je niet in dit celblok terecht komt. Want als je maandenlang deze uitzendingen hebt gezien of gehoord ben je er waarschijnlijk voorgoed van genezen.”

Je kunt met andere woorden ook gevangenzitten in teveel van het goede willen en alles te serieus te nemen.

Je kunt veel meer dan je denkt

Als je een probleem ziet,
is dat jouw probleem.
Als je vindt dat iemand ergens iets aan zou moeten doen
bedenk dan ….
dat je zelf ook iemand bent. – onbekend

Een aanvulling op je eigen recept
Het lijkt misschien wel veel. Dat je zelf kunt bedenken wat je nodig hebt om gezond te zijn, zelf de steun te zoeken en zelf de acties uit te voeren. Maar het is het enige dat helpt. Toen je klein was, was je heel vastbesloten en zei je steeds weer “ik kan het zelf”, ook als dat nog niet zo was. Toen ik vorig jaar met mijn nichtje van 13 een taart ging bakken, deed ik ook teveel in de veronderstelling dat zij dat nog niet kon. Op een moment zei ze heel gedecideerd: “nee, dat hoeft niet, ik doe het wel.” En dat ging ook goed. Eigenlijk zijn er maar heel weinig mensen die het fijn vinden bij alles afhankelijk te zijn. Hoe ziek mensen soms ook zijn, ze willen toch graag dat de dingen gaan zoals zij dat gewend zijn.
Waarom zou dat met je gezondheid anders zijn? Waarom alle verantwoordelijkheid zomaar uitbesteden aan iemand die per 3 maanden maar 10 minuten de tijd voor je heeft? Je kunt er voor jezelf veel meer zijn en dus veel meer te weten komen. We hebben afgeleerd om te voelen wat er in het lichaam afspeelt en zijn er zelfs een beetje bang voor. Sommige mensen stellen zelfs een bezoekje aan de dokter uit, uit angst dat er iets ergs aan de hand is.

Als er wat serieus aan de hand is, helpt het niet het te negeren. Dus wat het ook is, ga er mee aan de slag. Een diagnose is een goed punt om te gaan onderzoeken wat het je wil zeggen. Kijk dan breder dan alleen de klacht, als je durft.
Wat ik alleen vind missen aan het verhaal van Lissa Rankin is dat alleen positief denken niet helpt.

Ik zag pas een aflevering van 10 jaar, ik vertrek. Daarin ging een stel met hun 4 kinderen naar Oostenrijk. Ze hadden het al een halfjaar uitgesteld omdat de moeder van het gezin borstkanker kreeg. Ze hadden tegen elkaar gezegd, we ondergaan alles, maar over een halfjaar staan we er weer. Ze gingen vol goede moed toch hun droom realiseren. Ze hadden dus een rotsvast vertrouwen in hun nieuwe leven en dat het wel goed zou komen. Maar het kwam niet goed. Anderhalf jaar na hun vertrek is die vrouw overleden. Nu heeft zij het boek van Lissa Rankin niet gelezen en was misschien ook niet zo bezig met wat ze zelf kon. Tenminste dat is niet gefilmd. Ik vond het verhaal hartverscheurend en hoopte dat het anders zou aflopen. Dat zijn ook de momenten dat ik wens dat er meer kennis verspreid en aanvaard wordt over wat je zelf kunt doen.

Een constructieve aanpak
Wat ik geleerd heb als een meer constructieve aanpak is dat je het destructieve helemaal onder ogen ziet voor wat het is. Bij een ziekte als reuma zie je dat het afweersysteem zich tegen het eigen lichaam keert en kapot maakt. Het is iets wat in je eigen cellen ontstaat en helemaal zijn eigen weg gaat op een hele agressieve manier. Door te onderkennen dat je dat thema niet bewust in je leven toelaat, kan het zich alleen uiten op het lichamelijke vlak. En omdat je een probleem nooit kunt oplossen op het niveau waarop het ontstaat, heb je dus iets anders nodig. Als je bewust het thema agressie in je leven integreert, hoeft het zich niet zo te uiten op het fysieke vlak. Het is nog steeds geen garantie voor volledige genezing maar geeft je wel meer mogelijkheden. Het is niet de bedoeling dat je dan te pas en te onpas iedereen agressief benaderd. Maar door je aandacht te richten op situaties waarin je dat wel wordt, krijg je er meer grip op en als je het goed doet kom je ook bij de positieve kant van agressie uit, dat is moed, voor je eigen belangen opkomen en confrontaties aangaan. Dat is wel heel lastig, vooral als het niet in het beeld van jezelf past. Maar dat beeld, dat is niet echt. Daar kun je heus verandering in aanbrengen zonder dat er iets ergs gebeurt. Natuurlijk zijn er meer thema’s. Dit is maar één voorbeeld.

Ga voor jezelf na of je er iets van herkent. Iets dat voor jou van toepassing kan zijn.

.

En dan nu de rol van de patiënt

Wat wij vandaag zijn, komt voort uit onze ideeën van gisteren en onze huidige ideeën vormen ons leven van morgen: ons leven is een creatie van onze geest. – Dhammapada

Zelfgenezing is afgeleerd

Eerder schreef ik een keer dat het lichaam zichzelf geneest. Dat als je kijkt naar een kleine verwonding, een schaafwond of sneetje, het lichaam helemaal in staat is om dat zelf te repareren. Toch wordt dit nog niet algemeen aangenomen. Sterker het is ons helemaal afgeleerd. Van kleins af aan wordt verteld dat we een drankje of pilletje van de dokter nodig hebben om beter te worden. Nu was ik als kind vaak ziek en gelukkig gingen we meestal niet naar de dokter. Mijn moeder geloofde in het voorkomen van griep en verkoudheden door een lepel levertraan per dag. Dat krijgt niemand nu nog, maar wij wisten niet beter. En toen ik toch aanhoudend verkouden was, werd de dokter wel geraadpleegd. Gelukkig was die man ook niet voor meteen ingrijpen. Mijn keelamandelen konden wel geknipt worden, maar daar zag hij geen heil in, want die groeiden toch snel weer aan. Zijn inschatting was dat ik er wel over heen zou groeien. En uiteindelijk is dat ook gebeurd. De meeste mensen hebben andere ervaringen en zijn tegen de tijd dat ze volwassen zijn helemaal gericht op genezing van buitenaf en geloven helemaal niet meer dat ze zelf iets kunnen doen. Ik zie daar elke dag voorbeelden van en als ik dan heel voorzichtig opper  dat er misschien iets is wat zij zelf kunnen doen wordt dat meteen van de hand gewezen. De meeste mensen willen liever gewoon horen wat ze hebben en dan meteen een oplossing in de vorm van een medicijn of behandeling. Maar dat je zelf iets kunt doen, dat komt niet bij ze op. En daarmee missen ze de grootste kracht om te genezen.

Behandel je geest

Behalve dat het vertrouwen in het lichaam wordt afgebroken constateert Lissa Rankin dat een deel van haar patiënten eigenlijk alles goed doet om gezond te zijn. En toch worden deze gezondheidsfanaten ziek. Dat is dan geen kwestie meer van groente, bewegen, het vermijden van schadelijke stoffen enz.  De gezondheidsfanaten in haar praktijk hadden soms evenveel of meer klachten dan bankhangers. Dat zorgde ervoor dat ze een totaal ander patiënten-intakeformulier introduceerde. En wat de patiënten antwoorden maakte dat ze nog weer anders tegen gezondheidsproblemen aankeek. Ze ging vragen stellen over hun leven. Bijvoorbeeld “Is er iets wat je tegenhoudt om je meest authentieke, vitale jij te zijn?  En als dat zo is, wat houd je dan tegen? Wat vind je goed en mooi aan jezelf? Wat ontbreekt er in je leven? Wat waardeer je in je leven? Heb je een relatie? En als dat zo is, ben je daar tevreden mee? En zo niet, zou je dan een relatie willen? Ben je tevreden met je werk? Heb je het gevoel dat je in contact staat met je levensdoel?” Hoe je deze vragen beantwoordt maakt heel veel verschil in hoe gezond je je voelt was haar conclusie.

Bovenstaande is voor veel mensen een reden om heel boos te worden. Maar in de praktijk van Lissa Rankin waren er wel mensen die hier eerlijk antwoord op durfden geven en soms zelfs de daad bij het woord durfden te voegen.

Wat zou jij op die vragen antwoorden? En durf je ernaar te handelen?

 

De rol van de arts

de Nederlandse artseneed (2003)

Ik zweer / beloof dat ik de geneeskunst zo goed als ik kan zal uitoefenen ten dienste van mijn medemens.
Ik zal zorgen voor zieken, gezondheid bevorderen en lijden verlichten.
Ik stel het belang van de patiënt voorop en eerbiedig zijn opvattingen.
Ik zal aan de patiënt geen schade doen.
Ik luister en zal hem goed inlichten.
Ik zal geheim houden wat mij is toevertrouwd.
Ik zal de geneeskundige kennis van mijzelf en anderen bevorderen.
Ik erken de grenzen van mijn mogelijkheden.
Ik zal mij open en toetsbaar opstellen, en ik ken mijn verantwoordelijkheid voor de samenleving.
Ik zal de beschikbaarheid en toegankelijkheid van de gezondheidszorg bevorderen.
Ik maak geen misbruik van mijn medische kennis, ook niet onder druk.
Ik zal zo het beroep van arts in ere houden.

Dat beloof ik; Zo waarlijk helpe mij God almachtig.

Het placebo en de rol van de arts
Uit de verklaringen van de vorige keer waarom het placebo werkt, komt de rol van de arts een paar keer voor. We zijn geconditioneerd dat je bij een ziekte of klacht naar de dokter moet en dat die dan iets weet om het te verhelpen. En de mening van de arts weegt voor veel mensen zwaar. Als de arts zegt dat een bepaald middel heel goed werkt, dan zal het voor zijn patiënten dat over het algemeen ook doen. En het tegengestelde bleek ook waar. Als een arts een negatieve prognose geeft, dan gedragen de meeste patiënten zich daar ook naar. Nu kan je denken dat een arts zo goed is dat hij gelijk krijgt, maar dr. Andrew Weil denkt dat artsen zich onbewust schuldig maken aan “medische hekserij”. “Als we uitspreken dat patiënten een ‘chronische’, ‘ongeneeslijke’ of ‘terminale’ ziekte hebben, programmeren we hun onbewuste misschien met negatieve overtuigingen en activeren we stressreacties die meer kwaad dan goed doen. Door patiënten met een negatieve prognose op te zadelen en hen te beroven van de hoop op een mogelijke genezing, bewijzen we misschien uiteindelijk wel dat de prognose die we de patiënt hebben gegeven, correct is. Zouden we niet beter af zijn als we hoop boden en het brein stimuleren om de gezondheid te bevorderende chemicaliën af te geven, die de zelfgenezingsmechanismes van het lichaam kunnen helpen?”

Zelfgenezing is geen vanzelfsprekendheid
Lissa Rankin komt pas tot haar onderzoek nadat ze jaren ontkend heeft dat mensen zichzelf zouden kunnen genezen. Zoals ze in haar boek uitlegt heeft ze een opleiding van 12 jaar achter de rug en meent zij helemaal toegerust te zijn om andere mensen te genezen. Ik denk dat heel veel artsen en behandelaars en patiënten dit denken. De artsen gaan vol zelfvertrouwen, gesteund door collega’s en de nieuwste medische inzichten in 10 minuten gesprekjes zich richten op de ziekte en het oplossen daarvan. De oplossing is vrijwel altijd medicatie, operatie of soms een levensstijl advies. Echt het belang van de patiënt voorop stellen en diegene aanmoedigen datgene te doen wat goed voelt dat is nog niet gewoon. Uitzonderingen zijn er natuurlijk wel, bekijk bijv. nog eens het verhaal van dr. Bas Bloem, van God naar gids.
Ik weet nog dat ik een paar jaar geleden een meningsverschil had met een nog jonge specialist. Ik voelde me niet geroepen te vertellen dat ik zelf een aantal dingen deed, zoals ademhalingsoefeningen, gember, groentesappen, supplementen, meditatie, om beter te worden. Ik zag de consulten nuttig voor de informatie over bloedwaarde en ontstekingsreacties en het verder bepalen van mijn weg. Dat werd niet van mij gevraagd en zoals gezegd vertelde ik er ook niet over. De arts in kwestie was gericht op de klachten en ging ervanuit dat die zouden verergeren, daarvoor drukte ze regelmatig op vingers en tenen, liet foto’s nemen etc. Allemaal wat in het protocol bij deze ziekte hoort, denk ik. Dat onderging ik ook iedere keer. Totdat op één van die driemaandelijkse consulten zij vond dat ik meer medicatie moest nemen, de zgn. biologicals. Daar worden goede resultaten mee behaald en zij maakte zich zorgen dat bij mij, ondanks dat ik nog niet zo veel klachten had, de ziekte toch ongemerkt schade aanrichtte. Ik was gericht op het zonder medicatie te kunnen, dus ik zei dat ik dat middel te veel vond, juist omdat ik niet zo veel klachten had. Uiteindelijk ging ze, tegen haar voortvarende manier in, akkoord en hoefde ik alleen maar een extra medicijn te nemen. “Maar”, zei ze er toen dreigend bij, “als de volgende keer je waarden niet naar beneden zijn, dan heb je geen keus, dan moet je aan de biologicals.” Ik kwam gedeprimeerd thuis en heb er een dag over gedaan om te bedenken dat ze echt wel het goede met me voorhad, maar dat er uiteindelijk niet zo veel aan de hand was en dat ik met wat ik deed toch op de goede weg was. Door de aanvaring besloot ik wel dat ik niet meer naar die arts terugging en te zijner tijd wel een tweede mening ging vragen. Dat moment is nog niet gekomen. Nu is mijn manier niet constructief, want zij had mij niet kunnen dwingen (al dacht ik op dat moment echt van wel) en ik heb mezelf van de regelmatige check-ups beroofd. En ik heb best een behoorlijke slinger naar beneden gemaakt, dus ik wil je beslist niet aanraden om hetzelfde te doen. Maar het feit dat ik zo gedeprimeerd was na een gesprek aan deze arts en een dag nodig had om daar van bij te komen was voor mij een teken dat dit niet bijdroeg aan mijn gezondheid. Op de rol van de patiënt kom ik nog terug.

Als we de artseneed bekijken, dan zou het logisch zijn dat artsen de patiënt meer in de behandeling betrekken. Er wordt in sommige ziekenhuizen het planetree model ingevoerd, dus misschien behoort mijn ervaring allang tot het verleden.
Wat zijn jouw ervaringen met artsen? Hebben ze je geholpen of juist extra stress bezorgd?

Gezondheidsgeheim

Ik snuffel als een detective in elk vertrek waarin ik moet wonen of werken, ik wil het risico niet nemen een ernstige ziekte op te lopen wanneer ze me vertellen dat desinfecteren “standaardpraktijk” is. Natuurlijk kan de aanwezigheid van ongedierte vervelend zijn, maar liever dat als het enige alternatief is de lucht die ik inadem vol te spuiten met dodelijke chemicaliën. – Gloria Swanson

Gezondheidsgeheim 10, Ziektekiemen vermijden
In hetzelfde boek, 25 geheimen van mensen die nooit ziek zijn, wordt dit geheim opgenomen na het geheim “vuil happen”. Het lijkt wel erg tegenstrijdig. Eerst vertellen dat een beetje vuil en bacteriën niet slecht zijn en zelfs ons immuunsysteem sterker maken en dan nu een pleidooi voor het vermijden van ziektekiemen. De waarheid ligt denk ik weer in het midden. Dan heb je wel geen spectaculaire oplossing, maar kun je zelf uitvinden waar hoe ver je jouw grens voor hygiëne wilt oprekken of juist wilt aantrekken. Ik heb bijvoorbeeld op mijn reizen vreemde redeneringen gevonden over hygiëne in andere landen. Zo was ik met een groep op reis in China (dat kon toen nog niet anders) en in de stoomtrein naar Yangsho, kregen we o.a. komkommer in het zuur. Toen waren er mensen die de tips van reisboeken wel heel serieus namen en begonnen de komkommer te schillen. Want je moet immers nooit ongeschild fruit etc. eten in de tropen. Maar deze komkommer was ingelegd in zuur en zuur staat ook bekend als een bacteriedoder. Dus had het helemaal geen zin om deze maatregel toe te passen.

De feiten over ziektekiemen vermijden
Ziektekiemenpionier Ignaz Semmelweis realiseerde zich in het midden van de negentiende eeuw al dat er minder complicaties zoals kraamkoorts optraden wanneer het ziekenhuispersoneel voor operaties grondig de handen waste. De medische professie wilde hier niet van weten, hoewel wetenschappers in heel Europa al vanaf de zeventiende eeuw naar de nietige schepseltjes onder een microscoop tuurden. Deze ziektekiemtheorie is in onze moderne tijd niet onderuitgehaald, maar juist bevestigd en verder verfijnd. De theorie gaf aanleiding tot moderne praktijken als vaccinatie en de toepassing van antibiotica.

Delen in het geheim
Zoveel mogelijk contact met zieken te vermijden ligt dan voor de hand. Maar ook zo weinig mogelijk met je handen je neus, mond en ogen aanraken. Was je handen voor het koken, na het vastpakken van rauw vlees, nadat je in de handen hebt gehoest of gesnoten en nadat je de wc hebt bezocht. Al deze tips komen uit het boek. Ik denk dat het een open deur is en dat iedereen dit wel weet, maar als het niet zo is, doe er dan je voordeel mee.

En dat is dan je familie

Kun je van een zwart schaap een witte trui breien? Uit “En dat is dan je familie” van Ed Nissink

De ene familie is de andere niet
Deze keer weer een klein boekje getiteld “En dat is dan je familie” over de relatie die nooit eindigt. Het is een met humor geschreven boekje over wat je allemaal in je familie kunt leren en ook dat de patronen en overtuigingen je behulpzaam of in de weg kunnen zitten, helemaal afhankelijk van hoe jij het hebt ervaren. Een voorbeeld: “Het kind dat altijd zijn bord moet leegeten, bijvoorbeeld omdat het dagelijks wordt vergeleken met kinderen in landen waar niet genoeg eten is, kan daar geheel onaangetast v.olwassen mee worden, een ernstige vorm van boulimia, anorexia of zwaarlijvigheid ontwikkelen, verslaafd raken aan drank of andere harddrugs, volmaakt gelukkig worden, een succesvolle carrière krijgen, zijn eigen gezin vermoorden, jong sterven of meer dan honderd jaar oud worden. …. Het heeft alles te maken met de keuzen die het gaat maken op basis van die verplichting om altijd zijn bord leeg te eten, in combinatie met alle andere factoren die zich in zijn jeugd en later voordoen. Onbegonnen werk, zoals je ziet, om dat in kaart te brengen en op basis van die gegevens voorspellingen te doen over het verdere verloop van deze persoon, ook al wordt dat nog steeds door allerlei wetenschapsgebieden (vooral de psychologie) geprobeerd. Ieder kind is anders, iedere ouder ook; elke familie heeft zo zijn eigen eigenaardigheden, gewoonten, patronen, strategieën en gezamenlijke overtuigingen”.

Daarom kan ik me na ruim 20 jaar dus nog steeds verbazen over de patronen bij mijn schoonfamilie. In mijn eigen familie, die net zulke, maar dan andere eigenaardigheden hebben, valt het me toch minder op. In het boekje vind je een paar voorbeelden van hoe die patronen ontstaan. Wat moet je ermee? Het lijkt erop dat je in je verdere leven steeds weer mensen aantrekt, die lijken op je familieleden. En als je last hebt van die patronen, kun je maar beter erkennen en herkennen waar het vandaan komt. Natuurlijk zonder iemand de schuld te geven. Neem de ver-antwoord-elijkheid voor je eigen gedrag, dan vind je een nieuw antwoord en kun je je eigen gedrag veranderen.

Zijn tips om er iets mee te doen.

  • Herken je eigen aandeel in het geheel. Dus niet: Wat doe jij om mij kwaad te maken? Maar: Wat doe ik om zo kwaad te worden?
  • Loskomen van beperkende banden. Dus niet: Als Fred niet onmiddellijk ophoudt met mij te kleineren, ga ik bij hem weg. Maar:  Waar kies ik op dit moment voor? Wil ik bij Fred blijven? En zo ja, neem ik zijn kleinerende opmerkingen dan voor lief?
    • Maak keuzen. Dus niet: Ik kies voor Lenny, maar baal ervan dat ik Hans niet heb. Maar: Ik kies ervoor om liefde te voelen voor de mensen waarvan ik houd.
    • Zoek de humor en relativeer. Dus niet: Wat een rotweer zeg! Nu kan ik niet naar buiten. Maar: Welke boeken heb ik die ik nog wil lezen?
    • Lach om jezelf. Dus niet: Gadverdamme, alweer een vetrolletje erbij. Maar: Eens kijken hoeveel vorken ik tussen twee van die vetrolletjes kan vastklemmen zonder mijn handen te gebruiken.
    • Laat het ze weten. Dus niet: ik word doodziek van dat gemanipuleer van mijn vader. Maar: Pap, weet je dat je je neus altijd een beetje optrekt als je aan het klagen bent? Heb je daar wel eens op gelet?
    • Speel eens het familiespel (de uitleg staat in het boekje, maar je kunt er ook je eigen fantasie op loslaten).  Dus niet: Wat moet ik in vredesnaam met mijn familie aan? Maar: Heb ik nog karton, lijm en sateh-stokjes in huis.
    • Geef jezelf wat je nooit kreeg. Dus niet: Jij moet mij liefde geven. Maar: Ik geef mezelf liefde. Als jij dat ook doet, is dat hartstikke mooi meegenomen.

    Net als Ed Nissink wens ik je een leerzame familie toe.